Tankontwikkeling in ItaliŽ (1918-1945)

Inleiding

Dit artikel geeft een geschiedkundig overzicht van tankconstructie in ItaliŽ. Daarbij komt de historische achtergrond van Italiaanse tanks aan bod. Zodoende kunnen Italiaanse tanks in een historische context geplaatst worden. De belangrijkste Italiaanse tanks met technische specificaties worden besproken.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) zette ItaliŽ geen tanks in. Toentertijd vocht ItaliŽ aan de kant van de geallieerden. Pas aan het eind van de oorlog na 1918 besloot ItaliŽ om Franse tankmodellen te importeren om zodoende ervaring op te doen met gemechaniseerde oorlogsvoering. Andere landen zoals de Sovjet-Unie en Japan hanteerden dezelfde aanpak waarbij het kopiŽren van Franse en Britse tanks centraal stond. In de jaren twintig kwam Benito Mussolini (1883-1945) in ItaliŽ aan de macht. Zijn agressieve nationalistische, fascistische expansiepolitiek was gericht op oorlog. Mussolini wilde onder andere een nieuw Romeins rijk stichten, EthiopiŽ veroveren en de bestaande koloniale machten (Engeland, Frankrijk) imponeren. Om dat te bereiken moest het Italiaanse leger flink worden uitgebreid. Tanks zouden dienen als gemechaniseerde cavalerie. Pantservoertuigen hadden in de Eerste Wereldoorlog aangetoond dat ze infanterieverliezen konden reduceren en versterkte vijandelijke linies en bunkers konden vernietigen. De vrij zwakke Italiaanse industrie was in staat Franse tankmodellen zoals de lichte FT-17 te kopiŽren en een eigen gelijkend tankmodel te produceren. De fabrikanten Fiat en Ansaldo ontwikkelden de Fiat 3000 tank in 1922. Genoemd model was de eerste Italiaanse tank. Om tanks aan te duiden besloten de Italianen een officiŽle naamgeving te introduceren waarbij tanks 'Carro Armato' genoemd werden.

Om ervaring en kennis op te doen met tankproductie werden door ItaliŽ verschillende Britse Carden Loyd Mark VI voertuigen gekocht. Verschillende licht gepantserde voertuigen, tankettes geheten, werden door de Italianen gebouwd waarbij genoemde Britse voertuigen inspiratie waren. In Noord-Afrika werden die voertuigen (CV-29, CV-33 en CV-35) in de jaren veertig ingezet. De vrij zwakke bewapening en bepantsering zorgden ervoor dat een nieuw Italiaans voertuig werd ontwikkeld. De L6/40 lichte tank had een 20mm kanon en vastgenagelde (met klinknagels of bouten bevestigde) bepantsering. Andere van daaruit ontwikkelde Italiaanse tanks waren de M11/39 middelzware tank en de M13/40 middelzware tank. Vergeleken met andere West-Europese landen zoals Frankrijk, Groot-BrittanniŽ en Hitler-Duitsland was ItaliŽ niet in staat om evenwichtig aandacht te schenken bij tankproductie aan kwaliteit en kwantiteit. Dat had met name te maken met de vrij zwakke industriŽle mogelijkheden die ItaliŽ na de Eerste Wereldoorlog had. Zo lukte het ItaliŽ bijvoorbeeld niet om een succesvolle zware tank in de Tweede Wereldoorlog te produceren en in te zetten (de zwaarste Italiaanse tank was de P26/40 tank die eigenlijk een middelzware tank was). De totale Italiaanse tankproductie bedroeg slechts 3368 tot 3500 tanks en tankjagers: minder dan Hitler-Duitsland, Groot-BrittanniŽ, Frankrijk, de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie en Japan.


Bronnen

Boeken


Versie: 29-4-2017 Artikel door: Ruben Krutzen

Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002--2017
Directe link: http://www.go2war2.nl/artikel/4794/Tankontwikkeling-in-ItaliŽ-1918-1945.htm