Het verhaal van Henk Reijnen (1924-2015)

De tragiek van de Triest

Inleiding

Hieronder volgen de herinneringen van Henk Reijnen aan zijn onderduikperiode in de laatste jaren van de Tweede Wereldoorlog.
Deze tekst is ons ter beschikking gesteld door zijn dochter Margriet van Saanen - Reijnen.

Henk Reijnen werd geboren op 13 januari 1924 te Kruispunt Beugen gemeente Oeffelt, thans onderdeel van de gemeente Boxmeer. Zijn vader Jan Reijnen was daar telegrafist bij de spoorwegen. Zoals de naam, Kruispunt Beugen, al zegt kruisten daar twee spoorlijnen ongelijkvloers. En wel de lijn Roermond - Nijmegen en de lijn van Boxtel naar Wesel in Duitsland van de Noord Brabants Duitsche Spoorweg Maatschappij

Rond 1928 werd Jan Reijnen benoemd tot stationswachter te Vlodrop-Station aan de zgn. IJzeren Rijn, die liep van Antwerpen naar MŲnchengladbach.
Het emplacement van Vlodrop-Station was behoorlijk groot, het telde 13 sporen, had een draaischijf en een remise.

Het gezin Reijnen heeft daar tot september 1944 gewoond. Op 25 september 1944 werd het station abusievelijk door toestellen van de Britse RAF gebombardeerd, waarbij een zus van Henk Reijnen onder het puin bedolven werd en overleed. Henk Reijnen moest gedurende de laatste twee jaar van de oorlog onderduiken om te ontkomen aan de verplichte Arbeitseinsatz in Duitsland. Henk Reijnen overleed op 13 april 2015 te Venray.

De tragiek van de "Triest"

De "Triest" was een echte,oude, Limburgsche boerderij. De woning, stallen, schuren enz. waren in een vierkant gebouwd, met op de binnenplaats een grote mesthoop.
De boerderij lag vrij in het open veld tussen Vlodrop en St. OdiliŽnberg, nabij de Roer. Een lange oprijlaan verbond de boerderij met de weg. Eigenaar was de familie Joosten.

In mijn onderduikerstijd (ruim anderhalf jaar) ben ik drie maal, telkens meerdere weken, op deze boerderij te "gast" geweest. De enige onderduiker was ik niet. Meestal waren er Ī 10 man. Het was een doorgangsadres, ook voor mij.
De eerste keer kwam ik via de "Triest" in Koningslust bij een boer. Toen terug via de "Triest" naar de fam. Houben op de Meinweg. Vandaar naar huis in Vlodrop-Station. Dat kon want men zocht mij niet meer.

Na "het" bombardement, waarbij mijn oudste zus om het leven kwam en wij alles verloren (wij stonden opeens onder de blote hemel) werden wij opgenomen in het klooster "St.Ludwig" aldaar, waar reeds andere bewoners hun toevlucht hadden gezocht.
Snel erna namen de Duitsers het klooster in beslag en moesten wij vertrekken. Mijn vader informeerde bij de fam. Joosten op de "Triest" of wij daar terecht konden, wat goed gevonden werd. Vervolgens bleek dat wij een pasje moesten hebben om door Vlodrop naar de "Triest" te gaan,omdat Vlodrop frontgebied was geworden.
Ik moest die pas gaan halen want om de een of andere reden kon mijn vader niet. Het erge was dat de burgemeester, waar je hiervoor naar toe moest, een NSB'er was en dat kon wel eens verkeerd aflopen! Na alle moed bijeen geraapt te hebben, kwam ik op het gemeentehuis en in de hal voor de kamer van de burgemeester zaten al een stuk of drie mensen op hun beurt te wachten. Ik ben er maar naast gaan zitten.

Na een poosje stond er een op en ging de hal uit. Ik dacht die moet zeker plassen! Even later vertrok nr. 2, toen nr.3. Opeens zat ik alleen en kreeg ik het toch benauwd! Men verwachte schijnbaar grote moeilijkheden.
Plotseling ging de deur open. Een man kwam naar buiten,achter hem de burgemeester om de volgende gast binnen te laten, maar ik zat daar nog maar alleen in de hal ! Wat er toen door ons beiden is heen gegaan, zal wel heel verschillend geweest zijn. In ieder geval, mij bonkte het hart in de keel. 0peens nodigde hij mij uit binnen te komen en o wonder, ik werd correct en vriendelijk behandeld, kreeg mijn pas en kon vertrekken. Ik dacht, zou hij op het einde van de oorlog nog een goede beurt willen maken? In ieder geval ik had geluk en zo kwam de hele familie op de "Triest" terecht, ik voor de derde maal. Er moest daar natuurlijk weer direct ondergedoken worden bij de hele groep. Omdat er altijd gevaar dreigde, stonden er altijd mensen op de uitkijk. Vooral als de onderduikers niet in hun schuilplaats waren of als er nieuwsberichten werden opgenomen en uitgetypt. Een gebeurtenis, die geweldige indruk op mij maakte was de Kerstnacht in 1944. Een kapelaan zou in de schuur voor alle bewoners (er waren ook nog veel evacuťs) de nachtmis opdragen. Het altaar was gemaakt van geperst stro, rondom stonden nog eens balen stro om alle aanwezigen te beschermen. In deze nacht mocht ik de mis dienen.
Buiten stonden mensen op de uitkijk om tijdig te kunnen waarschuwen. Deze Nachtmis zal ik nooit vergeten. Zonder muziek, tussen balen stro, daarbij die spanning, al met al maakte dit een diepe indruk op mij.

Het einde van de oorlog naderde.

Het dorp zat vol Duitse soldaten. Er waren al enkele overvallen op de "Triest," geweest en men was het er over eens, dat de onderduikers moesten verdwijnen, ik ook. Ik zou teruggaan naar het klooster St.Ludwig in Vlodrop-Station. Ter verduidelijking, Vlodrop-dorp en Vlodrop-Station liggen 5 a 6 km uit elkaar en zijn gescheiden door de Roer.

In het klooster waren nog enkele paters en broeders aanwezig. Verder was er een noodziekenhuis gekomen met oudere zieke mensen uit Echt en er lagen intussen Duitse soldaten en een paar honderd Russinnen, die in het aangrenzende Dalheim(D1d) "tankvallen" moesten graven. "Tankvallen" zijn te vergelijken met loopgraven maar dan veel breder en dieper. Een tank valt er dan met zijn "neus" in en kan er niet meer uit.

Wonder boven wonder kwam ik er goed aan. Te voet zonder pas, dwars door het dorp over de zwaar bewaakte brug van de Roer nagekeken door de dorpsbewoners vanachter de ramen, ik met een kloppend hart ! Dat ik zonder moeilijkheden in het klooster aankwam moet wel gelegen hebben aan het feit dat ik richting Duitsland liep, net als alle vluchtende Duitsers en NSB'ers.

In het klooster heb ik uiteindelijk de bevrijding meegemaakt. Hoe? Heel eenvoudig en rustig.
In de nacht van februari op maart waren alle Duitse soldaten met de Russinnen stilletjes vertrokken en 's anderdaags waren er ineens een paar Engelse soldaten met sigaretten en chocolade! Van vreugde stierven een paar oude mensen, die in het noodziekenhuis lagen!

En hoe ging het met de "Triest"???

Zeer triest!!
Nadat alle onderduikers waren verdwenen, werd tegen het einde van de oorlog, de boerderij bezet door de Duitsers, die er een vesting van maakten.
Rondom werden mijnen gelegd. De bewoners mochten blijven met daaronder mijn ouders en jongste zus.

Richting St.OdiliŽnberg "nestelden" zich de Engelsen ook in een grote boerderij en toen begonnen die twee partijen elkaar met granaten te "bewerken".
Van de "Triest" bleef geen steen overeind. "d'n dreuvige" zoals men daar het langzaam vliegende, gepantserde Engelse verkenningsvliegtuig noemde, seinde alle bewegingen op de "Triest" over. De bewoners huisden in de kelder, konden zich niet meer goed verzorgen en aten rauw de inmaak, die nog in de kelder stond.

Soms kon men toch nog lachen.
Zo zat mijn vader, aldus zijn verhaal, eens op de wc. Toch iets normaals, echter de muren er om heen waren weg geschoten. Hij zat er nauwelijks of "d'n dreuvige" verscheen. Mijn vader voelde letterlijk en figuurlijk nattigheid en vluchtte, de broek met de hand vasthoudend, richting kelder. Daar aangekomen liet hij zich zo door het keldergat naar binnen "zeilen". Hij was nog net op tijd want een voltreffer blies de resten van de wc ook nog weg.

Uiteindelijk werd het de Duitsers te link op de boerderij. Ze vluchten 's nachts over de Roer naar Herkenbosch, maar eerst hadden ze alles volgehangen met handgranaten en die weer met touwen aan elkaar verbonden.
Toen de Engelsen eindelijk op de boerderij verschenen, dachten zij daar natuurlijk Duitse soldaten aan te treffen. Daarom schoten zij door de keldergaten naar binnen in de kelder. Er ontstond paniek en de eigenaar, dhr.Joosten, werd dodelijk getroffen.
Uiteindelijk liep iemand met een witte lap naar buiten en kwam er buiten verwachting ook nog levend aan. Hij keek recht in de ogen van de Engelse soldaten.
Iedereen moest uit de kelder zodat deze geÔnspecteerd kon worden. Nauwelijks klaar daarmee of de Duitsers begonnen vanuit Herkenbosch op de boerderij te schieten. Allen halsoverkop de kelder weer in. Hoe precies verder, weet ik niet maar tenslotte zijn alle bewoners, gewapend met witte vlaggen, door de sporen van Engelse pantserwagens (want overal lagen mijnen) naar St.OdiliŽnberg gelopen.

Daar aangekomen,werden zij door het Rode Kruis opgevangen, gewassen, ontluisd en tenslotte van een goede maaltijd voorzien. Mijn ouders en zus werden naar Ohť en Laak geŽvacueerd en het zou nog lang duren voor ik hen terug zou zien, want niemand mocht Ohť en Laak verlaten, omdat de Geallieerden er oefenden op de Maas voor de oversteek op de Rijn.

H. R.


Bronnen


Versie: 15-5-2018 Artikel door: Redactie Go2War2.nl

Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002--2018
Directe link: http://www.go2war2.nl/artikel/5002/Het-verhaal-van-Henk-Reijnen-1924-2015.htm