Tankmunitie in de Verenigde Staten (1941-1945)

Inleiding

Onderstaand artikel behandelt de belangrijkste soorten tankmunitie waarmee Amerikaanse tanks tijdens de Tweede Wereldoorlog uitgerust werden. Vanaf de Japanse aanval op Pearl Harbor in 1941 gebruikte het Amerikaanse leger tanks in de Pacific, in Noord-Afrika en vanaf 6 juni 1944 (D-Day) in West-Europa. De Verenigde Staten konden duizenden tanks en andere gepantserde voertuigen tijdens de Tweede Wereldoorlog produceren door de beschikbare productiefaciliteiten. De productiecapaciteit van de Verenigde Staten was wat betreft tanks vergelijkbaar met die van de Sovjet-Unie.

Tankmunitie werd tijdens de Tweede Wereldoorlog in grote aantallen geproduceerd. De Verenigde Staten konden grote hoeveelheden granaten in fabrieken produceren. In voormalige autofabrieken werden in de Verenigde Staten tanks geproduceerd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikten de Verenigde Staten vooral lichte en middelzware tanks. Zware tanks werden niet of nauwelijks ingezet (de M6 was een experimentele tank). De middelzware M3 Lee en de M4 Sherman tanks zijn de meest bekende Amerikaanse tanks die met hun 75mm kanonnen succesvolle voertuigen waren. De meeste Amerikaanse tankkanonnen hadden een kaliber van 37, 75, 76 of 90mm. Zo waren de lichte tanks meestal bewapend met machinegeweren en 37mm kanonnen. De volgende tankkanonnen met bijbehorende munitiesoorten worden in dit artikel besproken: 37mm M5 (37 mm Gun M5), 75mm M2 (75mm Gun M2), 75mm M3 (75mm Gun M3), 76mm M1 (76mm Gun M1) en 90mm M3 (90mm Gun M3). De zwaarste Amerikaanse tank die vanaf 1945 aan het front in West-Europa werd ingezet was de M26 Pershing die met een 90mm M3 kanon was bewapend dat alle Duitse tanks tot op lange afstand kon vernietigen.

Alle penetratiewaarden worden in dit artikel in millimeters (mm) uitgedrukt waarbij een rechte pantserplaat van 0 of 90 graden, ligt aan het perspectief, als maatstaf wordt gebruikt.


Bronnen

Boeken